Ga naar hoofdinhoud

Aanleiding en doel

Waar ontbreekt het (nu) aan?

De overheid heeft de bevoegdheid om vergaand in de situatie van burgers en bedrijven in te grijpen. Door automatisering van het inwinnen en verwerken van gegevens kon dit ingrijpen een steeds grootschaliger karakter krijgen. Onze vermogens om overheidshandelen te begrijpen, controleren en daarbij eventueel gemaakte fouten te herstellen hielden met de mogelijkheden van digitalisering echter geen gelijke tred.

Waar het misging werden daardoor niet alleen meer burgers en bedrijven getroffen. Doordat gegevens geautomatiseerd door ketens stroomden, konden op basis daarvan meerdere organisaties handelen. Fouten hadden daardoor voor betrokkenen ook verstrekkender gevolgen.

Deze handreiking beschrijft hoe we overheidsinformatie in registers zodanig kunnen vastleggen en beschikbaar stellen dat we de betekenis en waarde daarvan beter kunnen beoordelen, fouten zoveel mogelijk kunnen voorkomen en die - als dat niet lukt - in ieder geval herstellen.

De happy en de crappy flow

Zo lang burgers en bedrijven dingen willen die wij vooraf hadden bedacht, tijdig de juiste informatie aanleveren, en 'onze' overheidsgegevens kloppen - voorwaarden waaraan in de meeste gevallen wordt voldaan - verlopen processen snel en met minimale menselijke tussenkomst.

Maar wat gebeurt er als zo'n burger of bedrijf wordt geconfronteerd met een situatie die niet past binnen de grenzen van de happy flow? Een situatie die minder vaak voorkomt of bepaalde combinaties heeft die minder gewoon zijn. Of extremer: wanneer iets moet worden aangevochten, onderzocht of gecorrigeerd? Deze handelingen zijn onderdeel van de crappy flow: een werkstroom die vrijwel altijd handwerk vereist, en soms überhaupt niet wordt afgehandeld.

Dit betekent dat resultaten die ontstaan uit happy flows zich gemakkelijk en grotendeels geautomatiseerd door het overheidsapparaat kunnen verspreiden, terwijl uit crappy flows voortkomende bijzondere situatie of twijfelindicaties en correctiehandelingen - als ze al verwerkt worden - nauwelijks de grens oversteken naar, vanuit gegevensgebruikperspectief, stroomafwaarts liggende domeinen. Waardoor in die domeinen op basis van verkeerde gegevens onjuiste gevolgen geproduceerd kunnen worden.

Parabel: Infrastructuur van Digitalië

De eilanden van het atollenrijk Digitalië zijn met indrukwekkende hogesnelheidsinfrastructuur verbonden. Maar die is alleen toegankelijk voor een selecte meerderheid van contente conformisten.

Pogingen om op deze infrastructuur ook een minderheid van abusievelijke anarchisten toe te laten zijn allemaal mislukt. Want deze groep zonder vaste bestemming negeerde zorgvuldig vastgestelde gewichts- en hoogtebeperkingen, bewoog zich tegen rijrichtingen in en vroeg om afritten op onmogelijke plaatsen.

Terwijl hoog boven de golven contente conformisten voortrazen, zijn abusievelijke anarchisten in hun kleine scheepjes nog altijd overgeleverd aan de stormen van de Analoge zee. "Natuurlijk is dat onrechtvaardig", bevestigt een beleidsmaker. "Maar er is gewoon geen businesscase."

Epistemische nederigheid

Het bovenstaande maakt duidelijk dat overheidsinformatie niet altijd klopt. En dit soort onjuistheden zullen altijd overblijven, hoeveel crappy flows we ook in happy flows weten om te zetten. Deze constatering vraagt om epistemische nederigheid; het erkennen dat onze kennis beperkt, voorlopig en mogelijk onjuist is.

Maar naar dit principe handelen is moeilijk als het gereedschap om de waarde van informatie te kunnen beoordelen ontbreekt. Binnen de overheid kunnen we zo'n inschatting op dit moment vaak alleen voor het 'eigen' domein maken. Dit betekent dat we niet kunnen achterhalen wie een keten van overheidshandelen in beweging heeft gezet, en wanneer en met welke reden dat is gebeurd. En dat we geen compleet beeld hebben van hoe lang óns handelen verderop in de keten nog doorwerkt.

Om dit op te lossen hebben we meer en beter inzicht in de context van onze informatie nodig. Deze behoefte kunnen we samenvatten in een aantal aspecten:

  • Historie: hoe zag de situatie er in het verleden uit en welke veranderingen hebben door de tijd heen plaatsgevonden?
  • Aanleiding: welke input initieerde ons handelen?
  • Legitimering: welke wet of regel legitimeerde ons handelen en het gevolg dat door dat handelen werd geproduceerd?
  • Verklaring: welke (geautomatiseerde) handelingen hebben we uitgevoerd om een gevolg te produceren?
  • Zekerheid: in hoeverre, en op grond waarvan kunnen we uitgaan van de (on)juistheid van een gegeven?