Ga naar hoofdinhoud

Casus BRP

De Basisregistratie Personen legt de persoonsgegevens vast van iedereen die in Nederland woont of gewoond heeft. Achter dat ene register gaan twee wezenlijk verschillende taken schuil: de Burgerlijke Stand, die civiele levensgebeurtenissen vastlegt in officiële akten, en de Bevolkingsregistratie, die op basis van die akten — en van andere bronnen — het bevolkingsregister bijhoudt.

In de praktijk vervult vaak dezelfde ambtenaar beide rollen, achter hetzelfde loket. Maar het zijn twee afzonderlijke verantwoordelijkheden, met elk hun eigen juridische grondslag en hun eigen taal. Een geboorteaangifte leidt eerst tot een geboorteakte (Burgerlijke Stand) en daarna tot een inschrijving in de BRP (Bevolkingsregistratie). Die volgorde is niet willekeurig — en een goede implementatie maakt haar expliciet.

Dat maakt de BRP een bij uitstek geschikte casus om de kracht van bitemporale modellering te laten zien. Levensgebeurtenissen worden niet altijd direct geregistreerd. Een verhuizing wordt soms weken later doorgegeven. Een geboorteaangifte kan maanden na de geboorte plaatsvinden. En een correctie op een naam of geboortedatum creëert een nieuw registratiemoment terwijl de werkelijkheid onveranderd is.

De volgorde van de voorbeelden maakt een logisch geheel, maar elk voorbeeld kan ook op zichzelf gelezen worden. We beginnen met de bounded contexten om de taakverdeling scherp te hebben, en gaan daarna aan de slag met de voorbeelden.